Praktijkopleiding
Men zegt wel eens dat iedereen die heeft leren fietsen, ook kan leren vliegen. En het is nog waar ook! Er mag alleen niet vergeten worden dat sommigen gemakkelijker hebben leren fietsen dan anderen, en dat hoe ouder men wordt, hoe meer tijd men nodig heeft om het te leren. Dus, hoe jonger, hoe beter. Dit belet niet dat er leden vliegen die ermee begonnen zijn na hun vijftigste verjaardag.
Iedereen kan bij wijze van kennismaking een instructievlucht uitvoeren met een bevoegd instructeur. Dit kan ook zonder dat men in het bezit is van een vliegvergunning. Eenmaal de oefenvergunning op zak, kan het echte werk beginnen, inclusief de vluchten waar men alleen aan boord is, weliswaar steeds onder toezicht van de instructeur.
De eerste fase van de opleiding gebeurt in dubbelbesturing, dit wil zeggen met de instructeur aan boord. Men ontdekt en leert de werking van de roeren, de gebruikslimieten van het vliegtuig, het opstijgen en het landen. Na ongeveer 15 uur, voor sommigen minder, voor anderen meer, vliegt de leerling voor de allereerste keer alleen aan boord, weliswaar onder de verantwoordelijkheid van de instructeur. Men noemt dit de eerste solovlucht. Het is een korte vlucht, maar voor iedereen een onvergetelijke gebeurtenis.
Na die eerste korte vlucht worden de solovluchten langer. Na enkele uren wordt dan begonnen met de zogenaamde overlandvluchten. Dit zijn vluchten buiten de vertrouwde omgeving van de luchthaven. Men leert zich verplaatsen van het ene vliegveld naar het andere. Het is een toepassing van wat men in de theoriecursus heeft geleerd. Op tijd en stond wordt er ook alleen aan boord naar een vreemd vliegveld gevlogen.
Ondertussen wordt ook geoefend in het vliegen aan lage snelheid, het vliegen van bepaalde figuren die moeten gekend zijn voor het praktijkexamen en het verhelpen van noodgevallen die zich kunnen voordoen in vlucht. Ook een minimum opleiding in instrumentvliegen is voorzien, die bestaat uit een aantal uren in het vliegtuig. Deze basiskennis van blindvliegen dient om je uit de slag te kunnen trekken mocht je onverwachts in slecht weer terechtkomen.
Het praktijkexamen wordt afgelegd met een examinator. Het bestaat uit het uitvoeren van de aangeleerde oefeningen binnen bepaalde grenzen van precisie. Het praktijkexamen mag slechts afgelegd worden na het slagen in het theorie-examen en een vliegopleiding van minimum 45 uren.
Voor de praktijkopleiding heeft de EAC-m de beschikking over 2 Piper PA-38 "Tomahawk" lesvliegtuigen.
In principe wordt alleen in de weekeinden gelest; alleen in uitzonderingsgevallen kan op doordeweekse dagen instructie gegeven worden.
In het hoofdstuk "JAR-FCL, de nieuwe Europese regels" vindt u een opsomming van de diverse oefeningen die u moet beheersen alvorens het praktijkexamen afgelegd kan worden.
Een lesblok duurt zo’n 3 uur en bestaat uit een briefing vóór de lesvlucht, de lesvlucht zelf (ongeveer 60 minuten) en de de-briefing ná de vlucht. Uw vorderingen worden op een speciale kaart en in een schrift bijgehouden. U betaalt na afloop de vliegtuighuur over de gevlogen minuten, de instructie over de gevlogen minuten en een bijdrage t.b.v. het landingsgeld op Eindhoven Airport. Bij navigatievluchten waarbij geland wordt op andere vliegvelden, dient u de daar geldende landingstarieven eveneens te betalen.
Praktijk-examens
Het praktijkexamen dient binnen 6 maanden na het afronden van de praktijkopleiding te worden afgelegd.
U doet examen in hetzelfde vliegtuigtype als waarin u uw praktijkopleiding gedaan heeft, in principe dus de Piper "Tomahawk". Omdat de EAC-m sinds februari 2000 een JAR-FCL erkende vliegschool heeft, kunt u in principe al na 45 lesuren examen afleggen, dit is echter afhankelijk van uw vorderingen.